Lederhosen

Lederhosen duitsland

Ritmisch billengeklets

De eerste kennismaking met een lederhosen was volgens mij in Spanje, in de Pyreneeën wel te verstaan, waar een in korte leren broek gehulde Duitser getooid met verrekijker, op zoek was naar…. paddenstoelen! De man was van middelbare leeftijd maar zag eruit alsof hij zijn hele leven al in de bergen had rond gehuppeld. Als een klipgeit rende hij voor ons uit en wees op de interessante plekken aan de overkant, zo’n kilometer verder op, waar wij uiteraard niets anders dan groene vegetatie waar namen. In die tijd had je geen internet en ook geen handige overzichtspagina’s om je goed voor te bereiden.

Wandelen, paddenstoelen, lederhosen en wijn

Maar vanaf dat moment wilden wij OOK paddenstoelen zoeken. Want de man in lederhosen had zo’n autoriteit uitgestraald, maar ook zoiets echts en natuurlijks dat wij op slag bekeerd waren tot de lekkernij. Het kan daarom ook net zo goed in Italië geweest zijn of Zwitserland, want in alle bergstreken zijn paddenstoelen een geliefde lekkernij. Weer eens wat anders als bratwurst met bier. En zo belanden wij in een heus paddenstoelen restaurant ergens midden in een bergdorpje in Italië dat tevens een all you can eat formule bleek te hanteren zodat we ons door zeker 10 gangen worstelden, allen gekruid, gelardeerd, begeleid door, of bestaande uit paddenstoelen.

Muzikale omlijsting met trekzak

Uiteraard waren we één van de weinige toeristen maar ook in de bergen van Italië blijkt de lederhosen een normale dracht voor sportieve mannen en wandelaars. Het vettige, enigszins glimmende uiterlijk blijkt de pret niet te kunnen drukken. En hoe verder we ons worstelden door de gangen, hoe joliger de sfeer werd, want paddenstoelen combineren uitstekend met (veel) wijn. En zo, nog ruim voor de laatste gang, brandde een spontane dans los, waarbij er eens niet werd gedijenkletst maar een culinaire variant van het plattern getoond werd: het lepelen, of hoe dat ook maar mag heten. Want in plaats van zichzelf op de dijen te kletsen werden nu lepels gebruikt om ritmische geluiden voort te brengen, uiteraard begeleidt door een trekzak ofwel accordeon, het vetste en meest opzwepende instrument dat ik ken sinds de jaren 70.

Trekzak en gààn

Want een trekharmonica, mits bespeeld door een enigszins aangeschoten Tiroler muzikant, maakt iedereen los en vrolijk. Eindelijk weet ik waar Pater Moeskroen, de band die ooit “Roodkapje” als hit wist te brengen, de inspiratie vandaan haalde. Lange tijd dacht ik dat het trekorgel iets Frans was, maar deze super jolige muziek moet beslist haar roots in de bergen hebben en dan laat ik even in het midden of dat Schotse, Duitse, Oostenrijkse, Italiaanse of zelfs Spaanse bergen zijn. Blijkbaar heeft muziek, net als cultuur, lak aan grenzen en is het landschap de bron én de spiegel van zowel klederdracht als muziek. Nu maar hopen dat Confucius ook dol was op plattlern. Hij schijnt namelijk ooit geschreven te hebben: “Laat mij zien hoe een volk danst en ik zal zeggen of zijn beschaving ziek of gezond is.” Voeg dit bij de niet al te flatteuze omschrijving van een Belgische kenner over wat Jan met de Pet bij volksdans denkt, namelijk “een karikatuur, lederhosen met kniekousen en wat stampen met billengeklets (http://www.ossaart.org/volksdansen.html), dan ziet het er niet zo best uit voor degene onder ons die onmiddellijk los gaan bij de klanken van een accordeon. Maar daarover niet al te lang getreurd, we kunnen het namelijk niet iedereen naar de zin maken. Prosit!

Share This

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.